Home arrow Kunstproject
Mark Meekers leidt het kunstproject "De Lange Tafel" in

Toen daalde ik af naar de oever / om daar wat te verpozen. Ik had nog nooit zo’n mooie plaats gezien.” Dit is geen citaat van een actuele schrijver, maar een tekst uit de middeleeuwse “Roman de la Rose”. Achthonderd jaar later weten we dat de minnezanger waarschijnlijk op weg was naar een unieke installatie, een fijn stukje landart: “De Lange tafel” van Eva van Tulden en Luc Cappaert. Zij zetten gedurende drie maanden de bloemetjes buiten. Op 55 pvc-stroken planten ze in de invaargeul van de jachthaven van Doel een rosarium aan.

De havenmuur lijkt wel een grote piano met donkere betonnen toetsen, waartussen beschilderde stroken met rozen fungeren als witte noten.

Je moet dit werk uit de geschikte invalshoek bekijken. Erop neerkijken, neerbuigen is nooit een goede positie. Het werk komt het best tot zijn recht in al zijn monumentaliteit, wanneer je er recht voor staat, liefst op het niveau van de slijkbanken. De schildering overstijgt je letterlijk en toont een kracht, die gelijkwaardig is aan de macht van de rivier. Ze straalt gedegenheid en présence uit.

 

Roos project Doel

De roos is een oud thema in de kunst. Je hebt er in alle genres, kleuren en maten:

van de gerenommeerde tere rozen van Redouté tot de boeketten van Warhol, van de middeleeuwse “geele rooskens uyt Afrijken en Egypten” tot de voluptueuze donkerrode rozen uit grootmoeders schlagers.

De roos werd bijna stukbezongen in “Der Rozenkavalier” of in Van Ostaijens “Berceuse nr.2”: “slaap als een reus / slaap als een roos / slaap als een reus van een roos / reuzeke / rozeke / zoetekoeksdozeke…”

Maar de nobele bloem werd ook onteerd, bijvoorbeeld door Engelse politieke clans in een dertigjarige burgeroorlog van de Rode en de Witte rozen (de Lancasters en de Yorks).

De roos is een teken van dapperheid. Heel toepasselijk, want moed heb je wel nodig om een kunstwerk van drie à vier meter hoog en vijftig meter lengte te schilderen en vooral om tegen administratieve molens te vechten.

De roos komt in de barok soms voor als een “rozenkrans” en maakt vooral grote sier in de rococo, waar ze in tere pasteltinten een uiting is frivoliteit, verliefdheid, genot, levensvreugde: “men strooide rozen op zijn / iemands pad”. Met de romantiek wordt de toon ernstiger en groeien ze uit tot symbool van de liefde. De miljoenen ansichtkaarten waarop verliefden elkaar rozentuilen toezenden, overpoederd met glimmer, getuigen daar nog van. Een heerlijke toekomst lag te wachten voor de afzender en de ontvanger.

Wij zijn de ontvangers; Eva van Tulden en Luc Cappaert de afzenders.

 


Deze artistieke tuiniers hebben een goede keuze gemaakt. Men kan toch geen lelies op de wanden aanbrengen, de connectie van breekbaarheid en zuiverheid staat in te fel contrast met de vervuilde Schelde. Cactusbloemen zijn te exotisch. Ze kunnen wel de conflictsituatie symboliseren waarin Doel zich bevindt, maar de kunstenaars verkiezen niet te stekelig uit de hoek te komen. Het zijn ook geen muurbloempjes geworden maar indrukwekkende / monumentale, magnifieke rozen in al hun glorie.Van welke soort? Het doet er niet toe: het zijn universele rozen.

 

Ze zijn rood van kleur. Ze hadden ook gele, roze, witte of zelfs blauwe specimen kunnen kiezen.

Bekijk de variaties, de nuances van al die tinten rood, met hier en daar een rand wit. De algemene impressie is die van een volle, rijpe rode toon, die allerlei associaties oproept met: bloed, vuur, macht, kracht, kersen, volle lippen, hartstocht. Het is de oerkleur. Eva en Luc betuigen hun liefde voor Doel niet met een tuil, maar met een tuin rozen. De kleur scherpt de geest tot activiteit en dynamiek. In Doel blijft men niet bij de pakken zitten. Het Russische woord voor “rood” (“krasnij”) behoort tot dezelfde woordfamilie als “mooi, heerlijk, goed, waardevol”. De kunstenaars willen vooral dit aspect beklemtonen.

Ze geven de bloemen niet weer met het handje van een fijnschilder, fotografisch precies, maar komen steviger uit de hoek om de krachtmeting met de rivier aan te gaan. De rozen zijn licht gestileerd en nadrukkelijk “geschilderd”. Je voelt het ritmisch patroon, de brede, gespierde halen zodat je de bewegingen van de schilder kunt natrekken als in een teruggespoelde film.

Van Tulden en Cappaert halen de schilderkunst uit het lijstje. Hun uniek project beweegt zich op de rand van cultuur en natuur, van land en water. De interactie tussen de stroom en het kunstwerk vormt er een essentieel onderdeel van. De spiegeling in het water, het geleidelijk zichtbaar worden bij eb van deze onderwatertuinen, het zachte meegolven op de deining. In buitenlucht moet een kleur zich staande houden tegen de omgevingsgroenen, -blauwen, -grijzen. Ze moet zich sterk houden, en dit is niet alleen een kwestie van kleurkeuze en techniek maar ook van een emotionele lading die aan elke borstelstreek meegegeven wordt.

Daardoor ontstaat er spanning en begint het kunstwerk te boeien.

Het motief komt uit een eerder intieme, huiselijke sfeer van ruikers, behang, postkaart en borduurwerk en wordt hier verrassend uitvergroot zodat je er een andere verhouding mee moet aangaan. De context wordt eveneens gewijzigd van een bescheiden binnenruimte naar de open lucht van haven, schepen, wolken en water. Visser, zeiler of schipper die de haven binnen vaart en de bebloemde wand ziet, heeft de indruk in een grote huiskamer te komen en voelt er zich onmiddellijk thuis. Een mooiere ontvangst, een warmer welkom is nauwelijks denkbaar.

De concrete rozen worden uit hun vaas gehaald en op doek geabstraheerd, wat een andere benadering vergt. Ook gevoelsmatig worden we gemanipuleerd: de tederheid die we voor deze bloem voelen wordt gecounterd door de harde betonnen balken waartussen ze floreren.

Door allerhande contrastwerkingen ontstaat dus een intrigerend schilderwerk. Zie hoe de rode verf vloekt tegen het groen van het gras of de bemoste pijlers en het blauw van de lucht. De gaafheid van het werk wordt een verwijt naar het gecrashte dorp. De stilstand van het werk wordt uitgedaagd door de getijden.

De kunstenaars lichten ons even het voetje en halen ons uit onze vertrouwde omgeving met haar ingebakken tijdsschema’s. We moeten op deze genoeglijke vervreemding ingaan, er even bij stil staan, oog hebben voor, ons open willen stellen, dan ontstaat de stille verwondering, die eigen is aan de artistieke ervaring.

Kom méér dan één keer kijken. Het kunstwerk is niet af. Het wordt voortdurend bijgetoetst en verdoezeld naargelang het licht vrolijk of verdrietig gestemd is, de “prachtige, machtige vloed” grijs of minder grauw oplicht.

De geschilderde bloemen van Luc en Eva worden geconfronteerd met de tijd, met het uurwerk van eb en vloed, maar houden het wat langer uit dan hun natuurlijke zusjes. Zoals een mens, of een dorp zullen zij door de tand des tijds gebeten worden. Kleuren verbleken, water en zout schrobben het doek, brengen er met olie en slijk graffiti op aan. De Schelde signeert als laatste de doeken, mogen we zeggen haar doeken?

 

 

Vergankelijkheid, stille verwording is een wezenlijk deel van het werk. De Franse schrijver Malherbe verwoordde dit treffend bij de dood van een meisje, dat toevallig zoals deze bloemenRose”, “Roos” heette:

Zij woonde in een wereld waarin de mooiste dingen

Het ergste lot ondergingen,

En roosje, zij heeft het leven geleefd van een roos,

Een ochtend, kort en broos.

Wat is de rentabiliteit van een roos? Van kunst? Van schoonheid. Ik ben ervan overtuigd dat die zeer groot is. Een ruiker rozen kan beter dan woorden bepaalde gevoelens vertolken.

Vooral in noodsituaties en bij belangrijke gebeurtenissen. Kunst laat de lezer, kijker, toehoorder niet in de kou staan: hij krijgt troost, steun, vindt gelijkgestemden. In die zin draagt kunst bij tot het welzijn, en zonder welzijn geen efficiënte economie, geen gelukkige maatschappij.

Een kunstenmaker bevestigt gangbare clichés of affirmeert het machtsvertoon van het maatschappelijke, morele, culturele, sociale, politieke establishment, maar de echte kunstenaar brengt een andere visie, focust, belicht leven, gebeurtenissen en dingen anders. Hij verfijnt , verduidelijkt, beklemtoont wat men nauwelijks “ziet”, is de magiër die formuleert wat niet met gewone woorden, kleuren, klanken te formuleren is. Hij slaat de kijker heerlijk met verwondering.
 

 

 

De kunst van Cappaert en Van Tulden gaat uit van een positieve instelling, vertrekt niet van premissen maar staat open op het mooie, en is de weergave van die verrijkende ervaring. Deze adequaat weergeven is voor een schilder zijn manier om de maatschappij liefdevol te benaderen. Deze kunst verenigt en brengt tezamen.

Rozen zijn niet de bloemen van de ondergang, de begrafenis, maar van het leven, van het feest.

Deze eerste manifestatie van beeldende kunst toont aan dat Doel niet dood is. Doel laat zich nog niet in de container stoppen, laat zich niet laad-kisten. Het dorp en de toeristen staat een mooie zomer te wachten dank zij deze geslaagde KUNST-matige ademhaling!

Dit project is een schot in de roos!

Het zou niet misstaan zijn op de kaaimuren van de Docklands in Londen. Het heeft een internationale allure waar Doel trots op kan zijn. Dit dorp wordt hiermee een artistieke wereldhaven. De twee andere, onbeschilderde kaaimuren moeten er met afgunst op toezien.

Om het even afsluitend te zeggen met achthonderd jaar oude woorden: “Het leek het aards paradijs. Zo mooi vond ik het.”

Mark Meekers, Scheldedijk Doel, 29 juni 2007