Home arrow Mark Meekers
Korte biografie

 Mark Meekers is het literaire pseudoniem voor Marcel Rademakers. Hij werd geboren te Blaasveld (1939, provincie Antwerpen, België).

Zijn jeugd bracht hij door in het Antwerpse Sint-Andrieskwartier, "Parochie van miserie" en keerde in de vakanties terug naar de Limburgse Kempen (Lommel), waar zijn ouders van afkomstig waren. Hij volgde Grieks-Latijnse humaniora aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Antwerpen en studeerde Wijsbegeerte en Letteren (Moderne Geschiedenis) aan de K.U. Leuven. Na kortstondig wetenschappelijk werk opteerde hij voor het onderwijs waar hij esthetica en geschiedenis doceerde.

Hij was creatief in de jeugdbeweging. Hij schreef tekst en muziek voor stapliederen en een zangspel "De sprekende vogel", dat in 1965 in Antwerpen opgevoerd werd. Hij ontmoette er Kor Vander Goten, "de uitvinder van het Vlaamse chanson" en begon op zijn instigatie met het componeren van luisterliedjes (poëtische tekst en muziek). Hij bracht zijn chansons met eigen gitaar- of luitbegeleiding op tal van podia o.a. op Kleinkunsteiland, Leuven. Hij stak hiervoor een tiental onderscheidingen of selecties op zak.

Hij publiceerde zijn eerste bundel (1968) in eigen beheer en hield contact met het Antwerpse literaire en artistieke milieu uit de jaren zestig. Hij evolueerde naar een meer experimentele schrijfwijze waarvan de neerslag te vinden is in de bloemlezingen “Tempus Fugit” onder redactie van J. Bierkens. Hij pionierde mee op het vlak van de visuele poëzie (zie het proefschrift van Nienke Wijkstra, Mark Meekers, Grensoverschrijdende poëzie, Un. Amsterdam, 45p., ill.).

Hij bleef schrijven zonder te publiceren en liet de andere helft van zijn tweelingschap aan bod komen in de beeldende kunst. Hij illustreerde jongerentijdschriftjes, maakte muurdecoraties en had voeling met de Antwerpse artistieke middens: een eerste individuele tentoonstelling en meerdere groepstentoonstellingen volgden.


Vanaf ’80 nam hij de pen terug op en werd zijn werk klassieker van schriftuur. Na enkele literaire prijzen in de wacht gesleept te hebben liet hij zich in '84 overhalen tot de publicatie van een poëziebundel bij uitgeverij Yang. Vanaf dat ogenblik volgden de publicaties elkaar op.

Hij publiceerde één roman en zestien bundels poëzie, stelde verzamelbundels samen, leidde catalogi in, schreef kortverhalen en essays over literatuur en beeldende kunst. Hij publiceerde zijn gedichten in (meestal Vlaamse) literaire tijdschriften als DW&B, Yang, Poëziekrant, Deus ex machina, Vlaanderen, Kruispunt, Appel, Dighter, Zefier, Gierik/NVT, Pi, Lyra (Nl), De houten gong, Concept, Parmentier (Nl), Verba e.a. Hij verleidde kranten en magazines als Knack, De Standaard der Letteren, Het Belang van Limburg, Gazet van Antwerpen, Metrokrant, Sabam-Magazine tot publicatie van zijn gedichten.

Zijn werk werd opgenomen in meerdere kunstmappen. Componist Dirk Blockeel zette twee cycli liederen op muziek. Bernard de Coen vertaalde meerdere bundels naar het Frans o.a. “Een adem van brons / Un souffle d’airain”, uitgeverij-P (2005).

 
Hij was/is redacteur van de literaire tijdschriften als Zefier, Letters, Leuvense Letters, Mengmettaal-tje en Concept.

Hij jureerde in tal van poëziewedstrijden en prijzen voor kortverhaal zoals de Poëziewedstrijd van het tijdschrift Letters, de Poëzieprijs van de stad Leuven, van de stad Tongeren, de gemeente Keerbergen, de gemeente Herent, de August Vermeylenprijs (Vilvoorde), Jeanne Van de Putteprijs (Blankenberge), de jaarlijkse Concept Poëzieprijs (Brugge/Hilversum), de Tweejaarlijke Poëzieprijs van de stad Oostende, van Mengmettaal(-Galerie Hannah), Poëzieprijs van de Universeit Limburg en de Hogeschool Limburg en allerlei lokale wedstrijden van (hoge)scholen of tijdschriften.

Hij trad op voor radio en televisie (o.a. in Coda TV2, bij de regionale zenders R.O.B., TV Oost) en leest geregeld uit zijn werk op literaire manifestaties (het Europees Poëziefestival, Leuven Literair, de poëzieavonden van Mengmettaal).


In 1991 richtte hij met o.a. Johan van Cauwenberge en Karel Sergen het dichterscollectief Mengmettaal op, waarvan hij tot op heden voorzitter is. Het collectief stimuleert het werk van de leden, richt poëziemanifestaties in, en laat geregeld publicaties verschijnen. Het poneert dat het postmodernisme zelf “een groot verhaal” geworden is en inhoud opnieuw primeert op gratuite taalacrobatiek en cynisme.

Zijn werk is antihermetisch, helder, evolueerde van experimentele barokke expressie naar elementaire zegging. Het is existentieel en sluit aan bij de magische en religieuze benaderingswijze van het leven, die gul gebruik maakt van symbool, beeld en metafoor. Het beeldgedicht draagt zijn voorkeur weg. Tal van losse verzen en zes bundels brengen een hommage aan het leven en het werk van een beeldend kunstenaar, wiens visie affiniteiten vertoont met die van de dichter: Van Gogh, Camille Claudel, Rembrandt, Paul Gauguin, Constantin Meunier en Eugeen Van Mieghem. Marc Chagall staat te dringen.

Zijn literair werk werd meermaals (125) bekroond (in Vlaanderen en Nederland): Mark Meekers is dan ook (volgens de Poëziekrant en “Het goud van de Vlaamse Letteren”) "de meest bekroonde Vlaamse dichter". Sinds 1993 is Meekers fulltime auteur en ruilt hij geregeld het overstresste, verstedelijkte Vlaanderen in voor het landelijke, authentieke Zuid-Frankrijk.

In 2007 werd hij de eerste dorpsdichter van de bedreigde poldergemeente Doel.


Onder zijn echte naam, Marcel Rademakers, is hij is eveneens actief als beeldend kunstenaar. Hij pionierde op het vlak van de visuele poëzie, sloeg met zijn sculptoons, beeldgedichten en beeldpoëmen een brug tussen gedicht en beeldende kunst. In '67 richtte hij met de beeldhouwers Dries en Monteyne en de schilders Koelman, Kari Bert, De Leger en Largot de internationale groep Lumen Numen op.

In '85 stichtte hij in Frankrijk met Rudy Meekers (Fr.) de internationale groep Fusion, artistes peintres du Sud-Ouest met o.a. Mocetti (It), John Bailey (G.B.), Victor Ryath (U.S.A.). Hij hield een twintigtal individuele tentoonstellingen, nam deel aan talrijke groepstentoonstellingen in binnen- en buitenland. Hij schreef essays over schilder- en beeldhouwkunst en leidde het werk in van een vijfigtal kunstenaars.

Naar: Ivo A. Dekoning, art.: Mark Meekers, in: Schrijvend over Leuven, uitgeverij P, Leuven 2005, p. 76-78, ill.